Van werkvloer naar leerplek: kansen en spanningen
Kinderbegeleiders in spe leren een groot deel van de job aan via werkplekleren. Dat biedt kansen: cursisten worden beter voorbereid op de praktijk en vinden op de werkvloer vaak meer motivatie dan op de schoolbanken. Ook voor zij-instromers vormt werkplekleren een belangrijke toegangspoort tot de sector, omdat ze meteen aan de slag kunnen en zo helpen het nijpende personeelstekort te verkleinen.
Tegelijk zien we ook bedreigingen. Een groot deel van de opleidingsverantwoordelijkheid komt immers op de schouders van kinderbegeleiders terecht, zonder dat zij daarvoor extra tijd, een opleiding of een vergoeding krijgen.
De mentorrol in de praktijk
In dit onderzoek leggen we daarom de focus op de noden van de vaste medewerkers. Welke ondersteuning ervaren kinderbegeleiders wanneer zij een mentorrol opnemen? Hoe kunnen zij het leerproces van cursisten stimuleren? En welke omkadering hebben zij nodig van werkgevers en beleidsmakers om deze rol succesvol op te nemen?
Daarnaast stellen we ons een kritische vraag: zou ons onderzoek er ongewild toe kunnen bijdragen dat pedagogisch minder sterke praktijken (effectiever) worden doorgegeven? Of schuilen er net kansen in de begeleiding van cursisten, doordat vaste medewerkers hierdoor ook kritisch naar hun eigen handelen kijken en bijleren?
Leren van en met elkaar: hefbomen voor de praktijk
Via een actie-onderzoek in vijf opvanginitiatieven gingen we aan de slag met concrete ervaringen en vraagstukken over werkplekleren in de dagelijkse praktijk van medewerkers. Deze inzichten vulden we aan met een beperkte literatuurstudie en twee focusgroepgesprekken met externe mentoren. Op basis daarvan formuleren we adviezen voor de praktijk.
We onderscheiden zeven hefbomen om kinderbegeleiders beter te ondersteunen in hun mentorrol:
- Bouw samen aan een visie op werkplekleren
- Zorg voor meer continuïteit in mentorschap
- Voorzie een warm en veilig leerklimaat voor cursist én mentor
- Hou rekening met de kenmerken van de instroom
- Investeer in een sterkere samenwerking tussen opleiding en werkplek
- Verruim het palet aan strategieën van mentoren om werkplekleren te stimuleren
- Besteed meer aandacht aan de pedagogische kwaliteit die wordt doorgegeven
In ons onderzoek merken we dat leermomenten voor stagiairs zelden ook leermomenten worden voor vaste medewerkers. Kansen voor wederzijdse reflectie blijven vaak onbenut, en ook het potentieel van contacten met externen wordt weinig gebruikt. Gesprekken over pedagogische kwaliteit blijken bovendien delicaat.
Hoewel opvanginitiatieven bewuster aandacht kunnen besteden aan hun rol als leerplek en meer kunnen halen uit de begeleiding van werkplekleren, willen we zeker niet de volledige verantwoordelijkheid bij de praktijk leggen. Opleidingen spelen een belangrijke rol in hoe zij de samenwerking met de werkvloer vormgeven en hoe werkplekleren een plaats krijgt in hun aanbod. Ook de Vlaamse overheid heeft een verantwoordelijkheid: de kinderopvang moet sterker gewaardeerd en ondersteund worden als leerplek, en de werkomstandigheden in de sector moeten verbeteren.
Ruimer bekeken raakt de kloof tussen theorie en praktijk in de kinderopvang aan een fundamentelere vraag: hoe kennis in deze sector wordt geproduceerd, gedeeld en doorgegeven.
Meer weten, samenwerken of een persvraag?
Je kan bij ons onderzoekscentrum Pedagogie in Praktijk bijvoorbeeld terecht voor:
- Ondersteuning die past bij organisaties die werken met kinderen en hun gezinnen.
- Intervisie, werkplekleren, spellen, methodieken en online reflectietools.
Contacteer ons vrijblijvend
- Bel +32 3 613 15 28
- E-mail dietlinde.willockx@kdg.be
Karel de Grote Hogeschool