Theoretische inzichten over ethnisch-culturele diversiteit

Dit rapport onderzoekt welke factoren en processen bijdragen aan de prestatiekloof tussen studenten met en zonder een recente niet-West-Europese migratieachtergrond.

Het brengt in kaart:

  • welke mechanismen de prestatiekloof beïnvloeden
  • welke processen in het hoger onderwijs daarbij een rol spelen
  • welke maatregelen kunnen helpen om deze kloof te verkleinen

Daarnaast benadrukt het rapport het belang van een doordachte visie op diversiteit. Zo’n visie helpt om initiatieven die de prestatiekloof willen verkleinen beter te coördineren en op elkaar af te stemmen. Daarom sluit het rapport af met een overzicht van de belangrijkste perspectieven op diversiteit, inclusief hun uitgangspunten, hun mogelijke voordelen en hun beperkingen

Probleemstelling

Onderzoek suggereert dat er bij ons, net als in de meeste andere West-Europese landen, een hardnekkige prestatiekloof bestaat tussen studenten met en zonder (recente, niet-West-Europese) migratieachtergrond. Dit rapport staat stil bij de factoren en processen waarvan bekend is dat ze medeverantwoordelijk zijn voor deze prestatiekloof. 

Deze factoren en processen kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: 

  • (a) economisch, cultureel en sociaal kapitaal
  • (b) vooroordeel en discriminatie op individueel en institutioneel niveau
  • (c) reacties van leden van groepen met een lage status op vooroordeel en discriminatie. 

Onderzoek

We gaan uitvoerig in op elk van deze drie factoren. Vervolgens gaan we in op wat intergroepsinteracties nu precies zo uitdagend maakt en lijsten we een reeks interventies op die intergroepsrelaties kunnen verbeteren. Hoewel de interventies die worden gepresenteerd niet noodzakelijk specifiek ontworpen zijn voor een onderwijscontext, zullen we speciaal aandacht besteden aan hoe deze in een onderwijscontext kunnen worden ingezet om de prestatiekloof te verkleinen. 

Om de acties die ondernomen worden om de prestatiekloof te verkleinen te kunnen coördineren, is het belangrijk dat een onderwijsinstelling een doordachte en coherente visie op diversiteit ontwikkelt. Daarom eindigt dit rapport met een overzicht van de belangrijkste onderwijskundige perspectieven op diversiteit: 

  • het assimilationistisch perspectief (dat van etnisch-culturele minderheden verwacht dat ze de meerderheidscultuur overnemen en afstand doen van hun eigen cultuur of minstens van bepaalde aspecten ervan)
  • het kleurenblind perspectief (dat mensen hun persoonlijke identiteit centraal stel en hun sociale en culturele achtergrond negeert)
  • het pluralistisch perspectief (dat expliciet culturele diversiteit probeert te erkennen en te waarderen en/of dat interculturele uitwisseling probeert te stimuleren)
  • het antiracistisch perspectief (dat noch assimilatie noch accommodatie van etnisch-culturele minderheden nastreeft, maar veeleer de ontmanteling van de systemen, structuren en instellingen die racisme in stand houden). We gaan in op de voor- en nadelen van elk perspectief. 

Hoewel deze perspectieven deels in oppositie tot elkaar besproken worden, betekent dit niet dat ze mutueel exclusief zijn. Er is een grote overlap tussen sommige van deze perspectieven en het is perfect mogelijk om elementen uit verschillende perspectieven te combineren. Meer zelfs: het wordt aanbevolen om de meest werkzame elementen uit deze perspectieven te combineren om zo tot een coherent, efficiënt en effectief diversiteitsbeleid te komen.

 

Output

Lees het volledige rapport.

Meer weten, samenwerken of een persvraag?

Je kan bij ons onderzoeksdomein Hoger Onderwijs onder meer terecht voor:

  • Duiding bij actuele thema’s en evoluties in het hoger onderwijs.
  • Wetenschappelijke onderbouwing voor onderwijs- en beleidskeuzes.
  • Praktijkgericht onderzoek in samenwerking met opleidingen en instellingen.
  • Inzichten en aanbevelingen voor kwaliteitsvol en toekomstgericht hoger onderwijs.

Contacteer ons vrijblijvend